Vergunningen
Onderstaand artikel is geschreven door Fred Hak en met toestemming overgenomen uit het DHRC Rally Magazine 2019 - 4

 


Als je een rally organiseert die op de openbare weg verreden wordt, ben je verplicht bij de overheid een vergunning hiervoor aan te vragen. We spraken hierover met Wytze van Leuveren, voorzitter van de NHRF. Vanuit zijn juridische achtergrond - hij is in het dagelijks leven advocaat - geeft hij zijn visie.

 

Waarom die vergunningen? We moeten ons toch aan de verkeesregels houden?

"Natuurlijk, maar het houden van een wedstrijd op de openbare weg is strafbaar gesteld in artikel 10 van de Wegenverkeerswet," weet Wytze. "Het artikel is geformuleerd als een verbod op het houden van een wedstrijd c.q. straatrace. Het verbod zelf is gedefinieerd als: "elk rijden met voertuigen ter vaststelling of vergelijking van prestaties hetzij van de deelnemers, hetzij van de voertuigen, hetzij van onderdelen daarvan, hetzij van bedrijfsstoffen". Als deelnemer wordt beschouwd de bestuurder van een voertuig waarmee aan een wedstrijd wordt deelgenomen, en de eigenaar of houder van een voertuig, die daarmee aan een wedstrijd doet of laat deelnemen.

Het gaat hier om een overtreding, en geen misdrijf. Overtredingen zijn lichtere strafbare feiten, die normaal gesproken door de kantonrechter worden afgedaan. Alleen wanneer de verdachte ook voor andere feiten wordt vervolgd, kan hij een dagvaarding krijgen om voor de politierechter of de meervoudige strafkamer van de rechtbank te verschijnen."

 

Wat zijn die andere feiten dan?"

Het bewijs voor deelname aan een wedstrijd wordt vaak gebaseerd op een proces-verbaal van bevindingen van de politie die iets waarneemt, en eventueel verklaringen van getuigen en die van de verdachte. lndien het bewijs uitsluitend bestaat uit een proces-verbaal van bevindingen van de politie zal het er met name om gaan wat de politie qua feiten heeft geconstateerd. Gelet op het feit dat onze sport een duídelijk wedstrijdkarakter heeft en er op internet ook is te vinden dat het om een wedstrijd gaat, er een organisator is en zelfs een reglement, zal dat bewijs eenvoudig te leveren zijn. ln de praktijk wordt er op basis van artikel 10 WVW naast het wedstrijdelement ook vervolgd voor andere feiten, waaronder gevaarlijk rijgedrag (artikel 5 WVW), of het veroorzaken van een verkeersongeval door schuld (artikel 6 WVW), in het geval dat het tijdens de verboden wedstrijd fout is gegaan. Met name de straffen voor die andere feiten zijn dan bepalend, waarbij het feit dat er is deelgenomen aan een verboden wedstrijd strafmaat verhogend werkt. Het veroorzaken van een verkeersongeval met dood of letsel door schuld ís strafbaar gesteld in artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 (WVW '94). Ook artikel 287 Wetboek van Strafrecht (Sr), doodslag, kan dan in beeld komen."

"Gevaarlijk rijgedrag is strafbaar gesteld in artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 (WVW'94). Het artikel luidt als volgt: "Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd". Het wordt ook wel het kapstokartikel genoemd van de Wegenverkeerswet. Dat is omdat het door politie en justitie vaak ook wordt gebruikt om verkeersgedrag te bestraffen dat niet snel, of niet alleen als andere overtreding is te bestraffen. Men kan ieder gevaarlijk verkeersgedrag hier onderhangen."

"Artikel 6 WVW luidt als volgt: "Het is een ieder die aan het verkeer deelneemt verboden zich zodanig te gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval plaatsvindt waardoor een ander wordt gedood of waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht of zodanig Iichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstaat".

Dit artikel geldt overigens ook buiten de weg zoals in een weiland of op een terrein (denk aan testjes).Een enkele verkeersfout is overigens niet voldoende om te komen tot schuld in de zin van artikel 6 WVW. De wet eist dat er sprake is van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Dat is het minimumvereiste bij een verkeerongeval om iemand ter zake artikel 6 WVW te kunnen vervolgen. Het kan daarbij gaan om snelheidsovertredingen, overtreding van voorrangsregels, et cetera, maar ook om onzorgvuldig rijgedrag in het algemeen. Of daarvan sprake is wordt door de rechter beoordeeld op basis van het bewijsmateriaal in het strafdossier."

 

De deelnemer is dus strafbaar. Hoe zit het met de organisator?"

lk kan me voorstellen dat als er tijdens een rally een zwaar ongeval met letsel en/of de dood plaatsvindt, ook de organisator/uitzetter als medeplichtige zou kunnen worden vervolgd. lmmers, verdedigbaar is dat als de bestuurder aangeeft haast te hebben gehad omdat de tijd voor het traject erg krap is, de organisator/uitzetter- die willens en wetens hardrijden stimuleert dan welbewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat er hard moet worden gereden - medeverantwoordelijk wordt gehouden. Dan kan het ontbreken van vergunningen een omstandigheid zijn die de straf kan doen verzwaren. Het illegaal houden van wedstrijden is namelijk iets dat de strafrechter niet zal waarderen. Zeker niet als er door een dergelijke illegale wedstrijd een ongeval plaatsvindt met zwaar lichamelijk letsel of zelfs de dood tot gevolg. Feitelijk zal dit namelijk dan, plat gezegd, als een straatrace kunnen worden beschouwd."

 

Nog meer argumenten, behalve de juridische?"

Naast het juridisch kader dat wedstrijden zonder vergunning eenvoudigweg verbiedt, geldt uiteraard het praktisch kader. Als er geen vergunningen worden aangevraagd is er geen toezicht op de "belasting" van de omgeving. Sommige gebieden worden bijna wekelijks aangedaan door zwarte rally's. Spreiding kan door de gemeente/provincie niet plaatsvinden als men niet weet welke wedstrijden er langs komen. Ook is er dan (bij de uitzetter) meestal geen bekendheid met geplande (tijdelijke) wegafsluitingen en/of andere activiteiten op de route (wandeltocht, fietstocht et cetera). Dat kan tot gevaarlijke situaties leiden die je als verantwoorde uitzetter nu net wilt vermijden."

"Het laatste argument dat ik kan bedenken is het aanzien van de sport. Als de publieke opinie weet dater vaak illegaal wedstrijden plaats vinden, straalt dit af op de bonafide organisatoren. Het negatieve imago zal kunnen leiden tot het niet of moeilijker verkrijgen van vergunningen waardoor de sport op termijn niet meer kan worden uitgeoefend in Nederland. Uiteraard zal dit ook invloed hebben op de acceptatie- en dekkingspolitiek van verzekeraars. De NHRF stelt dan ook de eis van het uitsluitend rijden met vergunningen aan haar leden."

Wytze van Leuveren is werkzaam als advocaat bij Van Delft Advocaten in Waddinxveen. 

Fred Hak is freelance auto-journalist en publiceert in diverse autobladen. Ook is hij vice-voorzitter van de Dutch Historic Rally Club (DHRC), de belangenvereniging van deelnemers in de historische rallysport. In de historische rally's is Fred te vinden op de navigatorstoel.

 

Wij behartigen de belangen van de aangesloten organisatoren en van historische rallyrijders!